Onze collega Rudolf Mud van ADTS Consultancy werkt momenteel bij Soltegro in een team dat de technische systemen van een tunnel voor het project ‘ de Groene Boog’ ontwerpt. Wij hebben Rudolf gevraagd iets te delen over zijn huidige werkzaamheden en wat er allemaal bij het project komt kijken. Ben je benieuwd, lees dan vooral verder!  

De tunnel maakt deel uit van De Groene Boog. Dit is een nieuw stuk snelweg dat vanaf de A13 in de buurt van Rotterdam Airport in oostelijke richting, en daarna met een grote bocht naar rechts uitkomt en aansluit op de A16. Omdat De Groene Boog door een natuurgebied loopt, is op die plek voor een tunnel gekozen.

De constructie is het meest zichtbare deel van een tunnel. Naast dat civiele deel, dus de betonnen constructie, het asfalt, de dienstgebouwen, et cetera, bestaat er ook nog de Tunneltechnische Installatie (TTI). Dit is het systeem dat uit ongeveer 60 subsystemen bestaat. Voorbeelden die iedereen kent die ooit door een tunnel gereden is, zijn: ventilatie, verlichting, afsluitbomen, vluchtdeuren. Andere, minder zichtbare subsystemen zijn onder andere bijvoorbeeld: de vloeistofpompinstallatie, het snelheidsonderschrijdingssysteem, het omroepsysteem en het luchtkwaliteitsmeetsysteem.

De tunnel van De Groene Boog wordt een bemande tunnel. Dat wil zeggen dat er een wegverkeersleider is die vanuit een controleruimte het verkeer in de tunnel in de gaten houdt.

Het grootste deel van de subsystemen, de installaties, kan bediend, bewaakt en bestuurd worden door het besturingssysteem. Dus bijna alle 60 installaties zijn daarop aangesloten. Elk van deze installaties geeft zijn status door aan het besturingssysteem. Zodra bijvoorbeeld een gestrande weggebruiker een vluchtdeur opent, wordt dit door een sensor van de vluchtdeur gemeten en verandert er een signaal dat aan het besturingssysteem wordt doorgegeven. De wegverkeersleider krijgt dit op zijn beeldscherm te zien. Deze kan besluiten om de camera die op de geopende vluchtdeur gericht staat te bedienen. Hij kan het beeld van die camera op een van zijn beeldschermen zetten om te kijken of er wellicht een voertuig stil staat.

Als dat het geval is, dan heeft de wegverkeersleider als het goed is daarvóór al een melding gekregen van het snelheidsonderschrijdingssysteem. Lussen in het wegdek meten de snelheid van voertuigen en kunnen ook meten of een voertuig (zeer) langzaam rijdt.

De wegverkeersleider kan de camera dus bedienen. Maar veel processen in de tunnel gaan vanzelf. Bijvoorbeeld de ventilatoren hebben sensoren die kunnen meten of een motor van een ventilator te heet wordt. De besturing kan dan de ventilator uitzetten.

Het spreekt voor zich dat een TTI, met ongeveer 60 subsystemen die allemaal signalen uitzenden en die signalen kunnen ontvangen, eenduidig gedefinieerd moet zijn. Het tunnelsysteem (dit is dus de complete tunnel) kan worden opgedeeld in subsystemen die elk weer opgedeeld kunnen worden in nog kleinere systemen. Vanaf het begin van het ontwerp wordt zeer precies in de gaten gehouden of dit op de juiste manier gebeurt. Dit is typisch een activiteit die door middel van SE op gestructureerde wijze kan worden gedaan.

Het tunnelsysteem heeft bovendien raakvlakken met zijn omgeving. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld de energievoorziening. Door de raakvlakken te onderkennen kan ervoor gezorgd worden dat de tunnel op de juiste wijze op de omgeving aansluit. Het onderkennen van raakvlakken hoort ook bij SE.

Bron: Rudolf Mud