Werken aan de De Westtangent

De Westtangent is de naam van een toekomstige busverbinding tussen Station Sloterdijk, Osdorp en Schiphol. De verbinding ligt in de gemeenten Amsterdam (Nieuw-West) en Haarlemmermeer en wordt onderdeel van het R-net als GVB lijn 369.

Onze collega Rudie van der Berg is naast zijn werkzaamheden als technisch manager voor de gemeente Amsterdam aangesteld als directievoerder op het project Westtangent en is momenteel werkzaam op de locatie Anderlechtlaan.

De verbinding volgt voor een groot deel die van de huidige GVB lijn 69. De route via Geuzenveld vervalt en wordt vervangen door de route Slotermeerlaan – President Allendelaan.

Langs een groot deel van de bestaande route van buslijn 69 worden busbanen aangelegd, krijgt de bus vaker voorrang op de overige weggebruikers, de frequentie wordt hoger en stopt op minder haltes dan de bestaande buslijn. De nieuwe bushaltes wordt aangepast (verlengd, verbreed).

De totale lengte aan vrije busbaan op het traject in Amsterdam stijgt van 15% naar 45%. Op sommige trajectgedeelten is (Slotermeerlaan) en wordt (Meer en Vaart) deze gecombineerd met de bestaande trambaan.

Voor de realisatie van de aangepaste verbinding zijn in de openbare ruimte een aantal ingrepen nodig, bijvoorbeeld: aanpassing bij rijbanen en oversteekplaatsen, kappen van bomen, aanpassingen van haltes, aanleggen van stukken busbaan en opheffen van parkeerplaatsen.

De uitvoering van de werkzaamheden is gepland in de periode 2018-2020.

Bron: Rudie van der Berg, www.amsterdam.nl

Aan de slag bij Provincie Noord-Holland

Onze collega Erik Rook van ADTS Consultancy is als technisch manager werkzaam op een project voor de herinrichting van een weg in provincie Noord-Holland. Wij hebben Erik geïnterviewd om zijn dagelijkse werkzaamheden en wat er allemaal bij een project komt kijken in beeld te brengen. Ben je benieuwd naar het project en hoe de dag van Erik eruitziet? Lees dan zeker verder.

Wat is het mooiste project waaraan je hebt gewerkt?
Ik heb een heel aantal grote projecten gehad. Wat ik nog steeds het mooiste project vind dat ik heb gedaan, is de N242. De herinrichting van de ring Alkmaar Oost. Dat was een behoorlijke ingreep op de infrastructuur waarbij een onderdeel het aanbrengen van een folieconstructie in verdiepte ligging was. Dat moest worden aangebracht om vervolgens een viaduct op staal(zand) te kunnen bouwen. Het was leuk om te zien hoe dat in zijn werk gaat. Ook de afstemming van verkeersmaatregelen was een uitdaging op zich.

Aan welk project werk je nu?
Momenteel zit ik op een project voor de herinrichting van een weg in Noord-Holland: de N241 tussen de N248 Schagen en de aansluiting op de N242 bij Oude Verlaat. Dat is van oorsprong een provinciale weg met gelijkvloerse kruispunten waar heel veel ongelukken plaatsvonden. Dat is ook de aanleiding geweest om de herinrichting uit te voeren. De huidige kruispunten zijn vervangen door rotondes. Tevens is het langzame verkeer gescheiden van het doorgaande, snellere verkeer zoals vrachtwagen en auto’s. Voor het fietsverkeer zijn plaatselijk fietsstroken aangebracht, daar is het overige verkeer “te gast”.
In het begin ben ik daar als adviseur bij betrokken geraakt. Er was duidelijk behoefte aan bepaalde kennis en ervaring met UAV-gc contracten.

 

Je zit dus aan de opdrachtgeverskant.
Ja. Ik heb tot nu toe altijd aan de opdrachtgeverskant gezeten. Dat trekt mij sowieso meer dan de opdrachtnemerskant.

Waarom?
Het is een andere manier van benadering. De focus bij een opdrachtnemer is veel meer gericht op het financiële eindresultaat. Terwijl de uitdaging aan de opdrachtgeverskant er veel meer op gericht is om de kwaliteit die je op voorhand hebt gevraagd te verkrijgen. Dat vind ik voor mezelf altijd heel belangrijk: je vraagt kwaliteit en kwaliteit moet je ook belonen naar wat het waard is en in basis is overeengekomen.
De opdrachtnemer heeft een recht. Als de opdrachtgever aan de voorkant zijn werk niet goed gedaan heeft, dan moet je de opdrachtnemer netjes belonen als hij daar recht op heeft. Recht is recht, krom is krom. Gewoon eerlijk, transparant, open. De spelregels kennen we allemaal aan de voorkant. Daar moet je naar acteren.
De huidige opdracht N241 is naar een UAV-gc-contract. In februari 2016 ben ik als adviseur gevraagd ondersteuning te bieden aan het IPM-team N241. Uiteindelijk heeft de opdrachtgever besloten om het projectmanagementteam te wijzigen en ik ben daarin voor de rol van technisch manager benaderd en heb daar gehoor aan gegeven.

Hoelang duurt zo’n project?
Normaliter zou zo’n project als de N241 in twee tot drie jaar uitgevoerd kunnen worden, maar in dit geval duurt het net even iets langer.

Waar was je direct verantwoordelijk voor binnen deze opdracht?
In de huidige opdracht ben ik verantwoordelijk voor de techniek. In de overeenkomst staan eisen en specificaties en ik zie erop toe dat die kwaliteit ook gelev

erd wordt. Er wordt input geleverd voor het toetsen van diverse ingediende plannen van de opdrachtnemer, het toetsen vanuit de SCB-gedachte en het toetsen van ingediende wijzigingen. Tevens adviseer ik de Contractmanager m.b.t. technische VTW’s.

Dus je bent het geleverde product aan het checken?
Op een groot werk heb je heel vaak te maken met afwijkingen/wijzigingen. De aannemer wil optimaliseren en daarbij doet hij voorstellen. En dan is het altijd de vraag, voldoet dat voorstel nu aan de wensen van de opdrachtgever. Bij de opdrachtgever heb je verschillende ingangen en instanties waarmee jij het een en ander verifieert.

Een aannemer wil hetzelfde doen maar weet een goedkopere manier om het te maken. Maar dan is het niet meteen duidelijk of de kwaliteit hetzelfde blijft.
Het is ook de vraag of je op voorhand in de overeenkomst de kwaliteit heel zuiver omschreven hebt. Bij een UAV-gc contract is het zo dat de opdrachtgever maximaal gebruik wil maken van de kennis die in de markt aanwezig is. Al geeft men wel vaak een beperkte vrijheid in de mogelijkheden. Maar als je aan de voorkant zelf niet zorgvuldig de processen doorlopen hebt, dan kan het best zijn dat je ook de consequenties ervan opgediend krijgt (extra kosten) en dat is veelal het geval.

Dat is dan je eigen schuld.
Ja, maar wanneer is iets waterdicht. Dat is iets waar de markt heel veel mee worstelt. Prijskwaliteitsverhouding. Daar denk ikzelf vaak aan. De opdrachtgever wil voor een kwartje op de eerste rij zitten en risico’s verschuiven. Dat heeft ook een consequentie.
Doordat de markt onder druk staat, worden projecten veelal tegen lage inschrijvingsprijzen aangenomen. Uitgangspunt voor een opdrachtnemer zal ook zijn dat hij uiteindelijk beleg op z’n boterham wil verdienen. Als de ruimte er in basis niet is, kun je verwachten dat hij gaat zoeken naar de mazen in de overeenkomst. Ik denk dat als je aan de voorkant wellicht wat meer aandacht wilt geven aan kwaliteit en je hebt daar in de basis wat meer geld voor over, dan kan het best zijn dat je onder aan de streep meer geld overhoudt (er ligt in basis minder druk op het werk).

Hoe is het nu met dit project?
We zijn nu met het project in de afrondende fase. We zijn bezig om het opleverdossier en dergelijke te controleren. Zodat we uiteindelijk het een en ander kunnen overdragen aan de toekomstige beheerders. Dat proberen we natuurlijk zo goed mogelijk uit te voeren.

De toekomstige beheerder is…?
Dat zijn verschillende partijen. De toekomstige beheerder is voor een overgroot deel van het project de provincie Noord-Holland zelf. Maar we hebben ook te maken met de aangrenzende beheerders zoals de gemeente Schagen, de gemeente Hollands Kroon en waterschappen.

Heb je ook te maken met de stakeholders?
In principe heb je daar altijd mee te maken. Het leuke aan deze manier van werken is om te proberen de toekomstige beheerders in een vroeg stadium te betrekken bij het werk. Ik zeg altijd, als je een toekomstige beheerder in het werk meeneemt, dan kun je bijtijds mogelijke verschillen opvangen. Betrek je hem pas aan het eind erbij, dan weet je bijna gegarandeerd dat je een hele waslijst krijgt met aanpassingen die je nog door dient te voeren.
Dat breng ik altijd onder het motto: “Iets wat goed is, daar hoef je je niet voor te schamen om te laten zien.” Als een aannemer trots is op zijn werk en als je als opdrachtgever, als controlerende partij, trots bent op het werk wat je maakt, dan kun je toch de stakeholders gedurende het werk ook laten meekijken. Op het moment dat je iemand daarin betrekt, je bent open, eerlijk en transparant, dan hoef je aan het eind niet veel weerstand te verwachten.

Voer je ook testen uit? Als er een rotonde klaar is, ga je daar dan met een meetlat naartoe?
In principe hebben we de mogelijkheid om controles uit te voeren. Alleen de aannemer moet in dergelijke contracten aantonen dat hij de kwaliteit levert. Daarbij is het zo dat wij als opdrachtgever onze risico’s ook bepalen aan de voorkant. Risico gestuurd toetsen zoals dat zo mooi heet. Dus waar je risico’s ziet, daar laat je de aannemer weten dat je graag even wilt meekijken op het moment dat hij een controle uitvoert of dat je de resultaten wilt zien van metingen. Dan kun je tussentijds zien of er conform kwaliteitsborging wordt gewerkt en wordt je niet aan het eind verrast met producten die totaal niet voldoen.
Als een aannemer bij een UAV-gc contract laat zien dat hij zijn processen goed beheerst en zijn kwaliteit aantoonbaar goed levert, dan zal het aantal controles dat de opdrachtgever uitvoert, verminderen. Dat is dus een soort van wisselwerking die ontstaat. Zijn de resultaten niet naar behoren, dan zal het aantal toetsen toenemen. Het is een soort van vertrouwensrelatie die je met elkaar hebt.
Je gaat natuurlijk niet een kopje koffie controleren. Want voor die drie euro, hoe groot is m’n risico dan in feite? Je houdt dus rekening met de context waarin je je controles doet.
Voordat ik een asfaltverharding aanbreng, is het noodzakelijk om de kwaliteit van de onderbanen (fundering en zand) te hebben gecontroleerd. Als mijn fundering onvoldoende verdichting heeft, dan heeft dat consequenties voor de constructie die ik er bovenop zet. Als je tussentijds een controle doet, dan heb je in ieder geval een eerste indicatie of het er goed uitziet of niet. Even buiten het feit dat de aannemer het achteraf moet aantonen.
Stel je zou niet meekijken in het werk en uiteindelijk heb ik m’n fundering, zand, menggranulaat en asfalt aangebracht en vervolgens bij de deklaag kom ik tot de conclusie dat m’n zandpakket niet voldoet. In het ergste geval moet het worden vervangen (financieel een debacle). Maar dan krijg je ook met een heleboel andere factoren te maken. Wat voor impact heeft dat op de omgeving? Wat voor risico’s loop ik dan? Hoe ga ik dat opvangen? Krijg ik het product überhaupt nog overgedragen aan de toekomstige beheerder? Dat is de uitdaging die je met elkaar hebt. Want uiteindelijk kun je wel een stukje kwaliteit leveren.

Wat is het leuke aan jouw werk?
Wat ik heel positief vind is dat ik al twintig jaar met heel veel plezier naar m’n werk toega. Dat ik er elke keer een uitdaging inzie. En dat ik trots kan zijn op het product dat er ligt. Dat ik m’n maximale bijdrage heb kunnen leveren. En dat uiteindelijk de klant er tevreden mee is.
Dat vind ik een heel belangrijk item: als ik een ingrijpende reconstructie doe, heb ik te maken met de omgeving, met stakeholders en met de opdrachtgever. En ik vind het echt wel een uitdaging om met alle partijen in harmonie de eindstreep te halen. Dat wil niet zeggen dat je met elkaar nooit een conflict hebt.
Wat ik uit alle projecten, ook de grote projecten, heb geleerd is: “Al is de waarheid hard, uiteindelijk bereik je met de waarheid veel meer dan rond te blijven draaien in een vicieuze cirkel.” Ook daarmee dwing je een stuk respect af.

 

 

Interview afgenomen door Rudolf Mud.

Op projectbezoek bij Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum

Afgelopen week zijn Tea Knezevic, Ioana Bronwasser en Arabela Marquez Garcia van ADTS Consultancy bij het gebiedsontwikkelingsproject Ooijen-Wanssum uitgenodigd voor een bezoek en rondleiding.

Misschien kan je het je nog herinneren, de twee grote overstromingen van de Maas in 1993 en 1995 die Limburg lieten schrikken. Dit was de eerste keer na 1926 dat het water zó hoog stond. De schade was zowel ergonomisch als economisch zeer groot. In 1996 werden tijdelijke maatregelen genomen om de veiligheid van het gebied te verbeteren: de Oude Maasarm werd afgesloten en verschillende nooddijken werden op diverse plekken aangelegd. Maar die tijdelijke oplossing komt ook tot zijn einde en voor de veiligheid van het gebied moet het gebied opnieuw onder armen worden genomen.

“Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum beschermt niet alleen tegen hoogwater, maar zorgt er ook voor dat dit gebied toekomstbesteding wordt. Een ontwikkeling die ik als gedeputeerde zeer toejuich.’’ – Hubert Mackus, gedeputeerde groen, landbouw, infra, rail en monumenten, Provincie Limburg”

Vanuit die gedachte is Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum eind 2016 in uitvoering gegaan. Op die manier komt er een definitieve oplossing voor de hoogwaterbescherming en de waterstandsdaling. De doelstellingen die behaald dienen te worden zijn:

1. Hoogwaterbescherming
2. Waterstandsdaling
3. Ontwikkelen natuur en landschap
4. Ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen
5. Vergroten van de leefbaarheid in Wanssum

 

Om deze doelen te bereiken moeten nooddijken aangelegd worden, maar ook bruggen en waterkeringen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: de klassieke dijk, steilranddijk, hoge gronddijk en de harde waterkering. Daarnaast moeten alle oude nooddijken vervangen worden zodat dit een definitieve oplossing kan bieden. De Oude nooddijken worden verhoogd en vernieuwd en er zullen nieuw wegen, doorgangen, fietstunnels en rotondes aangelegd moeten worden. Voordat deze ontwikkelingen plaats kunnen vinden, vindt er eerst een voorbereiding plaats.

Voorbereidingen en risico’s

Denk aan alle niet gesprongen explosieven en archeologie die gevonden kunnen worden tijdens het graven en uitvoeren van de werkzaamheden. Dit zijn risico’s die vooraf al in zicht hadden kunnen zijn: Risicomanagement en System Engineering zijn hier uitstekende middelen voor.

Bij een grootschalig project zoals deze, waarbij de ruimtes van omwonenden van belang zijn voor het project, is het ontzettend belangrijk dat zijn betrokken worden en op de hoogte zijn van de werkzaamheden, veranderingen, beslissingen etc. Voor het verloop van het project is het zeer belangrijk dat het omgevingsmanagement goed is geregeld, een project breng je tenslotte samen tot stand. Al met al is gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum één van de grootste projecten van Provincie Limburg. Wij willen Roel van Swam, Contractmanager van het project Ooijen-Wanssum bedanken voor zijn uitnodiging en de uitgebreide rondleiding.

Voor meer informatie: www.ooijen-wanssum.nl

Noord/Zuidlijn, mensenwerk ‘’je snapt het pas als je het ziet’’

Ooit afgevraagd hoe het is om deel uit te maken van een groot complex infrastructureel project zoals de Amsterdamse Noord/Zuidlijn? En wat daar allemaal bij komt kijken? Onze college van ADTS Consultancy vertelt je er met plezier meer over.

“Het realiseren van een infrastructureel megaproject in een stedelijke omgeving veroorzaakt meestal een figuurlijke ‘schok’ in de samenleving. In het geval van de Amsterdamse Noord/Zuidlijn was het bovendien een letterlijke schok; het verzakken van historische panden aan de Vijzelgracht. Deze schokken brachten het Noord/Zuidlijn-project tijdelijk tot stilstand. In een ronduit vijandige omgeving moest het vastgelopen project weer op gang worden gebracht. Experts uit publieke en private organisaties met eigen waarden en normen moeten integraal met elkaar samenwerken. Deze integrale afstemming die nodig is om alle planningsactiviteiten van betrokken partijen op elkaar af te stemmen. Deelprojecten zijn namelijk geen ‘eilanden’ waar hekken omheen gezet kunnen worden om zo ongestoord te werken.

Risico’s en interventies

Het risico van terugkijken is dat de reconstructie achteraf een veranderverhaal wordt met logica die er tijdens de uitvoering niet was. Of zoals de projectdirecteur van de London Olympics een aantal jaren geleden vertelde: “Pas nu zie ik wat ons project narratief is geweest”. Of beter gezegd: ‘Je snapt het pas als je het ziet’ (quote Cruijff).  Bij complexe megaprojecten is het noodzakelijk om experts in een vroegtijdig stadium uit hun comfortzone te halen. Veelal worden in de plannings- en tenderfase de geleerde lessen uit voorgaande projecten nog wel meegenomen in een samenwerkingsfilosofie, maar vaak gaan deze afspraken verloren in de ‘hitte’ van de uitvoeringsfase.

Na het winnen van het contract volgen partijen meestal hun eigen weg om pas weer bij een conflict echt met elkaar aan tafel te zitten. Deze conflicten zijn dan veelal emotioneel en gaan gepaard met het weglekken van wederzijds vertrouwen. Daarom is het van belang om reeds vroeg in het project aandacht te besteden aan samenwerkingspraktijken. Hierdoor kan een afgesproken projectfilosofie worden bewaakt, interpretatieverschillen worden afgestemd en risico’s op conflicten worden verkleind. Gerichte interventies moeten er zorg voor dragen dat gedurende het hele proces de oriëntatie van de projectorganisatie gericht blijft op gemeenschappelijke projectdoelen, empathie en samenwerking. Belangrijke interventies om dit te ondersteunen zijn het houden van reflectiesessies, het ontwikkelen van een gemeenschappelijk projectnarratief en het organiseren van transitierituelen bij projectfase-overgangen”.

Bron: “De diepte in. Een leergeschiedenis van de drie diepe stations van de Noord/Zuidlijn” door Prof. dr. Alfons van Marrewijk, Bijzonder hoogleraar Bedrijfsantropologie van de Vrije Universiteit Amsterdam

Projectbeheersing overdracht 

ADTS is, aan opdrachtgeverszijde (Metro en Tram), betrokken bij de overdracht van het “werkend verkeerssysteem” van de aannemers en leveranciers. Dit gaat via de Projectorgansatie aan de afdeling Eigendom en Beheer. Deze opdracht wordt uitgevoerd door het leveren van een (ervaren) adviseur projectbeheersing, verantwoordelijk voor het risico- en issuemanagement. Daarnaast wordt het proces van restpunten (vanuit de bouwfase) en de bevindingen (vanuit het Proefbedrijs) ondersteund.

Alle complexiteit komt samen 

Voordat de geplande dienstregeling gereden kan worden met de metro, wordt alles uitgebreid getest. We kijken in deze testfase of alles wat er gebouwd is, het ook daadwerkelijk doet. Of het veilig is en gebruikt kan worden. Eerst testen we onze systemen in de fabriek. Vervolgens installeren we deze systemen in de stations en tunnels en testen we of ze ook werken. Er wordt ook gekeken of de systemen elkaar verdragen en met elkaar kunnen samenwerken. Daarnaast kijken we of de vervoerder (GVB) ermee kan werken en of de installaties goed onderhouden kunnen worden. Als laatste kijken we of alle processen kloppen zoals ze op papier beschreven zijn.

Ook dit wordt weer uitgebreid getest (en met alle partijen daadwerkelijk beoefend met in scene gezette storingen en calamiteiten). Om meer grip te krijgen op de laatste, complexe fase in het project is deze opgeknipt in teststappen (circa 22). Hierin worden steeds delen van het vervoerssysteem getest en opgeleverd. Dit heeft de voorkeur boven een ‘big-bang’, omdat we met die tussenstappen extra mogelijkheden creëren om tussentijds te leren, kinderziektes naar boven te halen en eventueel aanpassingen te doen voor de volgende stap. De teststappen bestaan uit duizenden verschillende testen: van grote complexe testen waarbij systemen met elkaar moeten samenwerken tot eenvoudigere testen. De integrale testen worden uitgevoerd na de inbeheername en na de voorlopige overdracht van 11-1-2018. Die testen zitten in Proefbedrijf 1 en 2. In de planning hebben we rekening gehouden met eventuele tegenvallers bij het testen.

Ook hebben we nog mogelijkheden om te versnellen, bijvoorbeeld door testen gelijktijdig uit te voeren, in meerdere shifts te werken of ’s nachts door te testen. Het testen krijgt ook bijna altijd voorrang op andere werkzaamheden, omdat deze cruciaal zijn om de metro op 22 juli 2018 goed en veilig te laten rijden.

Blog geschreven door Steffen Hofstra